zondag 26 maart 2017

LESS IS MORE?


Less is more.
Als architect is het niet zozeer mijn leuze.
Less is a bore, zou ik eerder zeggen.
Niet dat Ludwig Mies van der Rohe geen fantastische architectuur maakte.
Uiteraard wel.
En de architectuur van Robert Venturi, welja, eerlijk gezegd ronduit lelijk, maar goed, kind van z'n tijd.
Doe dan maar Yes is More, zoals Bjorke Ingels het zegt.

Afbeeldingen via google afbeeldingen (bronnen: archdaily / bovenste rij uit het boek Yes is More, van BIG)


Ik heb niets met cleane, afgelikte architectuur,  waarmee we in de jaren '90 bestookt werden in tijdschriften (en waardoor mensen een afkeer kregen van "modern", een woord dat zo misbruikt wordt, maar dat is een ander verhaal).
Interieurs waar geen kaartje op de kast mag staan, of een fotomagneet op de koelkast, of godbetert een blokje speelgoed op de vloer.   Waar niet in mag geleefd worden, dus eigenlijk.
(Interieurs die bemeubeld werden/worden om te fotograferen en daarna pas echt bewoond.)
Ik hou wel van hedendaagse architectuur met strakke lijnen, maar dan in contrast met het organische, met textuur en kleur.
Ik hou van hout, dat wisten jullie al, en van materialen die mooier wordt met ouder worden, door gebruik, gepatineerd.


"Use leaves traces, alters surfaces, and modifies space. Places wear. Why should we deny this? Why fight such a common phenomenon? Isn’t it worthwhile to take on use and wear in architecture?
(...) Wear humanizes architecture and brings it to life."  (bron)

Rotor maakte in 2010 een sublieme installatie op de architectuurbiënnale van Venetië, waarbij ze gebruikte vloeronderdelen, traptreden, enz... als kunstwerken aan de muur hingen.  Het was prachtig.
En het deed me anders kijken:  het 'verslijten' van materialen is een compliment voor de architectuur, want het betekent dat het gebouw gebruikt wordt.  Dat herinneringen gemaakt worden en hun sporen nalaten  - een troost bij de zoveelste gemorste fruitsap op onze gepolierde beton.



Dat gezegd zijnde, word ik in mijn dagelijks leven wél steeds warmer van Less is More.
Omdat er al zoveel is.
Veel te veel.
There's too much of everything...
In onze kleerkast, in al onze kasten eigenlijk, in de winkelrekken, ...
Ik ga zelden nog winkelen, en als ik het wel doe, kan ik zo overweldigd worden.
Door de hoeveelheid aan spullen en het idee dat de helft waarschijnlijk niet eens verkocht geraakt en rechtstreeks op de afvalberg belandt!
En hoe heerlijk is het om in een restaurant te gaan eten, waar er keuze is uit:
de schotel van de dag of de ovenschotel van de dag.

Slaaf van onze spullen.
Dan moeten we er bij *k*a nieuwe opbergmeubels voor gaan kopen
(opbergen, ik vermoed dat het hun meest gebruikte trefwoord moet zijn).
Om al die spullen in te steken.

Dus ja,
er staan uitnodigingen en kaartjes op mijn schap in de keuken,
er staan Marokkaanse glaasjes, omdat we die kregen van Mohamed uit onze straat,
er staan oude stella flessen, die we vonden bij het uitgraven van de fundering van onze tuinmuur.
maar er staan niet: dit fantastische sleutelrekje en deze hippe lichtkrant.
Hoewel ik ze héél mooi vind, en ik hou van mooie dingen.
Maar ik heb ze niet nodig.
En waar ga ik dat dan zetten binnen 3 maand, als er weer iets anders mooi verschijnt?

Dus ja,
in een klein huis wonen,
heeft zijn voordelen.
Uiteraard, het is compacter, minder energievretend, enz..
We hebben er bewust voor gekozen.
Maar een onbewust voordeel is
dat de hamster in mij gedwongen wordt om te kiezen.
Om op te ruimen en om heel goed na te denken alvorens iets in huis te halen.

Dus ja,
een capsule wardrobe,
dat zegt me wel wat,
al vind ik het ook héél moeilijk.
Ik deed vorig jaar meer dan 50 kledingstukken weg.
En nog heb ik er te veel.
Maar me beperken tot 33 stukken, inclusief schoenen en jassen?
Zou dat haalbaar zijn?

Dus ja,
ik ben wat laat met mijn goede voornemens.
Ik was er al mee bezig, dus het is niks nieuws,
maar als er iets is dit jaar,
waar ik extra aandacht voor ga hebben,
dan is het dit.
Niks kopen.  Ontspullen.
Alle ballast overboord.
Travel light.


Hoe doen jullie dat?

donderdag 23 maart 2017

OOGSNOEP


                  




Vaartkom in Leuven op een zonnige woensdagvoormiddag.

zaterdag 18 maart 2017

INPAKKEN EN WEGWEZEN #40dagenbloggen

#40dagenbloggen: Zou je je leven zoals het nu is achterlaten en ergens anders opnieuw starten?


Nee.
Ik mag dan wel mijn hart eens een beetje verloren zijn in Freiburg,
echt verhuizen daarheen is nog een ander paar mouwen.
Op reis ben ik ook altijd blij om terug naar huis te gaan.

Ik begrijp de verleiding.
Dromen dat het elders beter is.
Jeweetwel: dat groener gras.
Meer zon, meer zee.
Maar jezelf neem je altijd mee.



Als je hier niet content bent, waarom zou je het elders ineens wel worden?

Ik zou moeite hebben om mijn familie en vrienden achter te laten.
Maar ik heb natuurlijk wat geluk gehad met mijn familie.
In sommige omstandigheden kan ik het wel begrijpen.
Dat het helpt om afstand te nemen - letterlijk.
Dat het helpt ook om in een minder stresserende maatschappij te gaan leven.
Maar ik zit eerder zo in mekaar, dat ik tevreden ben (probeer te zijn) met wat ik heb en waar ik ben, en dat wat ik wil veranderen, traag maar gestaag probeer te veranderen.
Hier en nu.
In kleine beetjes.
Niet met de grote switch.
Evolutie eerder dan revolutie.

En wie ben jij: het bootje daarachter aan de horizon of de geduldige visser op het strand?
(in Tréogat, Bretagne)


donderdag 16 maart 2017

IK KUS MIJN TWEE POLLEKES... #40dagenbloggen

#40dagenbloggen:  Waarvoor in je leven kus je nog iedere dag uw twee pollekes?


Voor mijn wortels.
Voor het gezin waarin ik ben opgegroeid.
Een warm nest.
Waar ik alle kansen kreeg om me te ontplooien.
(extra geluk: dat gezin bevond zich in een land in vrede, met goed en betaalbaar onderwijs.)
Waar we niet alles kregen dat we wilden, maar wel echt alles wat we nodig hadden.
(opvoeding dus)
En vooral veel liefde.



Merci mammie (ik weet dat je dit leest) & pappie.

dinsdag 14 maart 2017

HART VERLOREN IN... #40dagenbloggen

#40dagenbloggen: Waar ter wereld heb jij je hart verloren en waarom net daar?


Normaal vind ik de wereld te groot om twee keer naar eenzelfde bestemming te reizen.
Er is nog zoveel anders te ontdekken.
Maar voor Freiburg maakte ik een uitzondering.
Ook wel omdat ik reizen met een baby niet zo zag zitten, en het dan wel makkelijk was dat we het daar al wat kenden, en wisten hoe kindvriendelijk het er was.

     2012 zwanger |  2013 met Aaron



In Freiburg dus, en meer bepaald in de wijk Vauban.
Ik blogde al eerder een reeksje over Freiburg.
The green city.
De utopie van het wonen, in realiteit.

Cohousing in gevarieerde woonblokken volgens passiefhuisstandaard, met een hoge densiteit, maar met veel open speel -en ontmoetingsruimte.
Het groen is er echt groen, organisch, wild, natuur; geen kaarsrecht grasveldje met twee schaamboompjes.
De fietser is er koning, niet de auto.
Fietskarren all over the place.
De tram rijdt op een groene bedding (tevens als geluidsdemping) en brengt je in geen tijd overal heen.


Er is een bio-bakker, bio-superette, school, kinderopvang, tweedehands-babywinkel, fietsenwinkel, restaurantje.
Rond de wkk-centrale die de energie van de wijk verzorgt (samen met pv-panelen en zonnecollectoren op de daken), lopen kippen.  Er zitten konijntjes, waar kinderen mee spelen.
De fietsen in de fietsenstalling zijn meestal niet eens op slot.
Op de open gaanderijen langs de appartementen, zetten mensen kastjes met schoenen, planten, enz...
Openheid en vertrouwen winnen het hier van de angst.

Dat het kan.
Dat het bestaat.





Het mag gek klinken, maar af en toe krijg ik in Wilsele-dorp hetzelfde gevoel.
En dat hadden we nooit gedacht, toen we hier een huis kochten. Of toch?
Er was een intuïtie.
Omdat er een kindje op zijn step reed (alleen, zonder ouders-dat het nog kan).
Omdat we een vrouw met een baby zagen en ze zei goeiedag.
We kochten dat krot, omdat er veel licht was, omdat school & kribbe op wandelafstand waren, omdat de stad vlakbij was (gewoon de berg af bollen), terwijl de straat heel rustig was,...

Wij kennen onze buren.
Zeggen goeiedag.
Doen babbeltjes, lenen verbouw-en tuingerief aan mekaar.
We krijgen al eens verse groentjes uit hun moestuin. (Danku!!)
Als we naar het speeltuintje gaan vlakbij, komen we 9 op de 10 speelkameraadjes tegen.
Er zijn twee voedselteams.  Ja, twee.  In één dorp.
Het dorpscomité 3012WD heeft een groep "transitie-Wilsele".
De auto is wel nog koning en het kan groener, maar de warmte is er en er wordt getimmerd aan de duurzame weg.
Vorige vrijdag zei een mama nog tegen me: "We hebben het juiste dorp gekozen."
Hmm, misschien ben ik intussen gewoon hier mijn hart verloren?



zondag 12 maart 2017

IK GA OP REIS EN IK NEEM MEE... #40dagenbloggen

#40dagenbloggen: Wat zijn de drie items die je altijd meeneemt als je op reis gaat buiten je tandenborstel en proper ondergoed?

1. reflexcamera

Ik kan me geen vakantie voorstellen zonder fotograferen.
Zelfs toen we nog met de rugzak gingen kamperen en de reflex nog analoog was en met rollekes.
Het fototoestel sleur ik overal mee.



2. notitieschrift

Ik schrijf graag en moet ook kunnen schrijven op reis.
De route onderweg, wat we gedaan hebben, recepten van wat we gekookt hebben ter plaatse...



3. citronella-kaars

Deze gele kaars gaat al wat vakanties mee.
Instant gezelligheid op het terras.



Wat mag er in jouw valies zeker niet ontbreken?

vrijdag 10 maart 2017

FAVORIETEN OP VRIJDAG: EETPLEKJES IN EIGEN STAD #40dagenbloggen

#40dagenbloggen: favoriete eetplekjes in eigen stad

In Leuven wonen is echt luxe als je graag uit eten gaat: er is oneindig veel keus om te gaan eten.
Het is onmogelijk om hier alle lekkere, fijne restaurantjes op te lijsten.
Dus ik kies er een paar volgens inspiratie van het moment.
Veel meer recensies kan je vinden op Leven in Leuven.

Lukemieke
Zeer simpel, maar superlekker en betaalbaar vegetarisch restaurantje vlakbij het stadspark.
Ze hebben een beperkte kaart, maar dat geeft niks, de dagschotel is altijd lekker, met de kraakverse bio-groentjes van het moment.
Ze hebben heerlijke taart, als je nog plaats over hebt voor dessert.  Het taartenbuffet is zelfbediening en water kan je gewoon zelf vullen in een kan.
Er is ook een heel gezellig terras.


Café Entrepot in OPEK
Hier gaan we eerder naartoe voor de sfeer dan voor het eten.
Al is het eten ook wel lekker.
Wat er vooral leuk is:
het is kindvriendelijk: er is veel plaats, grote tafels en een gedeelte 2 trapjes hoger (ideaal speelterrein voor peuters),
het interieur is robuust en gemaakt met gerecycleerde materialen,
het is heel mooi gelegen, op de kop van de vaartkom, (en op wandelafstand voor ons),
je voelt de vibe van het Openbaar Entrepot voor de Kunsten, die proberen een nieuwe verbinding te maken tussen kunst, educatie en publiek.






































Domus
De domus is een erg klassiek restaurantje, beetje van het type bruine kroeg.
Ideaal om buitenlanders te laten kennismaken met de Belgische keuken.
Er wordt bier gebrouwen en je ziet de leidingen door het restaurant lopen naar de tap.
Ideaal ook als je in je gezelschap een vader of iemand dergelijks hebt, die enkel steak met frieten eet.
Hoewel ze gewoon een zeer uitgebreide kaart hebben, dus voor elk wat wils.
Het personeel is erg vriendelijk.

Wereldcafé
Wereldcafé is een coöperatieve, waar je voornamelijk bediend word door vrijwilligers, en waar producten worden geserveerd die fairtrade of streekgebonden en/of bio zijn.
En die zijn ook gewoon lekker.
Het is er bovendien erg gezellig.

Op het Ladeuzeplein een ijsje van Decadenza eten.
Eigenlijk is het lekkerste ijs in Leuven van Croccantino, maar die zitten helaas niet meer in het centrum.  En we vinden het toch zo leuk om met de kindjes de bus te nemen en midden in de stad een ijsje te eten.  Op het Ladeuze is ook lekker veel plaats om rond te lopen.



Bar del Sol was een veel bezochte plek als student.
Vooral om iets te drinken, maar je kan er ook lekker en goedkoop eten.
Geen haute cuisine, maar simpel zuiders.

Ook uit de studententijd: het terras van De Werf.
Maar je moet op tijd zijn, hoor.  Zit altijd meteen bomvol.
Vrolijk, kleurrijk, creatief, gezellig en lekker.


Voor zij die graag gastronomisch eten:

Zappaz
De eerste keer dat we eens zonder kinderen waren, en we 's middag zeiden: kom we gaan nog eens samen lunchen, kwamen we hier terecht. Omdat mijn ventje langs de Balk van Beel was gefietst en gezien had dat er een nieuwe "tapasbar" was.
Wisten wij veel dat het geen gewone tapasbar was, maar een gastronomisch concept van een jonge chef, die eerder nog bij Luzine had gewerkt.
Het was een zalige lunch, waarbij we van elke hap hebben genoten.
Ook de bediening was werkelijk super.
Ietsje duurder dan gepland, maar elke cent waard.

EssenCiel
Nog zo'n klein restaurantje met jong keukengeweld.
Hier gingen we met het werk eten en het was een ervaring voor alle zintuigen.
Lucky me dat onze zaakvoerder-architect en zijn vrouw ons graag eens verwennen.